De evaluatie van de risico's Wanneer de risico’s zijn geïnventariseerd, moeten de risico’s nog geëvalueerd worden. De ernst, die een risico kan hebben voor de werknemer, moet worden beoordeeld. Vragen die beantwoord moeten worden zijn: hoe groot is de blootstelling, wat zijn de gevolgen als het risico zich manifesteert? Wanneer de ernst van het risico in kaart is gebracht, zal daar een bepaalde score aan gegeven worden. Hier zijn geen wettelijke regels voor, maar meestal zie je classificaties van geen risico tot zeer ernstig risico. Tussen die twee uitersten kunnen diverse onderverdelingen bedacht worden. De vraag is hoe die score tot stand komt.
Daar zijn meerdere methodes voor bedacht. De meest voorkomende methode is die van Risico = Kans x Effect. Een zinvolle schatting kan men krijgen door de variabele Kans te splitsen in drie parameters:
- waarschijnlijkheid (de kans op het optreden van een ongewenst gevolg bij afwezigheid van maatregelen en voorzieningen);
- blootstellingsduur (de duur dat een werknemer wordt blootgesteld aan het risico, waarbij de parameters tijd, frequentie enerzijds en anderzijds het aantal personen in worden betrokken)
- gevaarsafwending (de mogelijkheid om het risico af te wenden.
Door W.T. Fine & G.F. Kinney is een berekeningsmethode ontwikkeld die het mogelijk maakt een risicoscore te berekenen voor een bepaald risico. Henstra heeft de methode van Fine en Kinney vertaalt in een risiconomogram (ing. D.C. Henstra 1992). Met een risiconomogram is een risico via een grafisch hulpmiddel te bepalen. In dit risiconomogram zijn bovenstaande parameters verwerkt.
Probleem is dat de kosten om een maatregel uit te voeren meestal wel bekend zijn, maar dat de baten een stuk lastiger in kaart te brengen zijn. Wanneer je de risicoscore transformeert naar een financiële score, zijn de baten wel zichtbaar te maken. Immers met een maatregel/investering is het de bedoeling dat het risico in omvang vermindert dan wel geheel verdwijnt. Berekent men de risicoscore nu ook ná invoering van een maatregel, is het mogelijk om de baten “concreet” zichtbaar te maken.
Voorbeeld: Berekend is dat een geïnventariseerd risico op een score van zestig uitkomt. Wanneer we 1 risicoscore gelijk stellen met € 500,= (R. Hijmans, 2002) dan zal - wanneer een dergelijk risico zich daadwerkelijk zou voordoen - de geschatte schade € 30.000 bedragen. Dit bedrag wordt al snel gehaald (wanneer een werknemer als gevolg van een arbeidsrisico een jaar arbeidsongeschikt is). Stel de investering om het risico te reduceren (beheersbaar te maken) bedraagt € 5000,=. Wanneer we nu het risico na reductie opnieuw beoordelen, komen we op een risicoscore van vijftien uit (€ 7500,=). De berekening van de baten zou dan uitkomen op: 30.000 – (5000+7500) = 17.500 euro. Overigens moet opgemerkt dat welke methode of model ook gekozen wordt, een model is altijd een versimpeling van de werkelijkheid. Wanneer het risico geheel geëlimineerd wordt, zullen de baten zelfs 25.000 euro bedragen. Toch is dit model een belangrijk hulpmiddel om de prioriteit vast te stellen. Immers, de prioriteit is ook afhankelijk van een aantal parameters.
De prioriteit wordt (mede) bepaald door: - de grootte van de risicoreductie;
- het aantal blootgestelden;
- de kosten en baten (negatief, neutraal of positief).
Bovenstaande model met zijn parameters is door ons verwerkt in een Excel-invoegprogramma. Aan een zelfstandig werkend softwareprogramma wordt nog gewerkt.
Wanneer de risico-evaluatie is uitgevoerd, moet als derde stap het plan van aanpak worden opgesteld. In het plan van aanpak komt te staan hoe, wie en wanneer een risico wordt aangepakt. |