header image
Home arrow Diensten arrow Preventie arrow Preventiemedewerker
Preventiemedewerker
Als gevolg van Europese regelgeving is per 1 juli 2005 de Arbo-wet op enkele punten aangepast. Zo is de arbo-dienstverlening herzien en heeft de preventiemedewerker zijn intrede gedaan. Voor veel bedrijven zal er niet veel veranderen. Bedrijven hebben – met toestemming van de OR of personeelsvertegenwoordiging - meer keuzevrijheid gekregen bij de inkoop van arbo-deskundigheid. Veel (grote) bedrijven kennen al de functie van arbo-coördinator. De arbo-coördinator zal veelal naadloos de rol van preventiemedewerker kunnen verrichten. De wetgever stelt wel bepaalde eisen aan de functie van preventiemedewerker, in die zin, dat de kennis en kunde van de preventiemedewerker overeen moet komen met de grote en de complexiteit/risico”s van/in het bedrijf. De complexiteit en de risico’s zijn in de meeste gevallen goed te bepalen aan de hand van de risico-inventarisatie en –evaluatie, waar elk bedrijf sinds 1994 over zou moeten beschikken. De preventiemedewerker dient op de loonlijst te staan van de werkgever. Bij kleine bedrijven mag de directeur zelf de rol van preventiemedewerker op zich nemen. Tot zover in het kort de wijzigingen van de huidige Arbo-wet.
De bijstand door deskundige werknemers op het gebied van preventie en bescherming is in de nieuwe Arbowet vastgelegd in artikel 13:
  • de werkgever moet zich laten bijstaan door een of meer deskundige werknemers (een werkgever met niet meer dan vijftien werknemers mag de taken in het kader van de bijstand zelf verrichten als hij beschikt over voldoende deskundigheid, ervaring en uitrusting);
  • als de werkgever onvoldoende in staat is de bijstand intern te organiseren, mag de bijstand worden verleend door een combinatie van deskundige werknemers en deskundige personen (combinatie van intern en extern);
  • als de werkgever geen mogelijkheden heeft om de bijstand intern of via een combinatie van intern en extern te organiseren, mag de bijstand verleend worden door andere deskundige personen (extern)
De bijstand op het gebied van preventie en bescherming omvat in ieder geval:
  • medewerking aan het opstellen en uitvoeren van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E);
  • adviseren aan en nauw samenwerken met de medezeggenschap (ondernemingsraad (OR), personeelsvertegenwoordiging (PVT)) of de belanghebbende werknemers over de genomen en te nemen maatregelen. Doel is een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid tot stand brengen;
  • het uitvoeren van en/of meewerken aan maatregelen op het gebied van de arbeidsomstandigheden.
Bij preventie gaat het om taken die gericht zijn op het voorkomen van letsel en schade aan gezondheid en verzuim. De preventiemedewerker moet dus een belangrijke rol spelen bij het organiseren en uitvoeren van het arbobeleid. Daarbij kan de preventiemedewerker fungeren als:
  • aanspreekpunt voor / intermediair tussen de eigen organisatie en externe deskundigen;
  • coördinator van activiteiten rond de arbobeleidsvoering;
  • voortgangsbewaker bij de uitvoering van het vastgestelde beleid en de uit de RI&E en het Plan van aanpak voortvloeiende maatregelen;
  • centraal meldpunt voor ongevallen, bijna-ongevallen en onveilige situaties;
  • informatiebron via het bijhouden en verspreiden van relevante informatie;
  • vraagbaak op het gebied van arbeidsomstandigheden;
  • adviseur van het management bij het ontwikkelen van beleid op het gebied van de arbeidsomstandigheden, bijvoorbeeld vanwege wijzigingen in wet- en regelgeving;
  • aanvrager en beheerder van vergunningen of ontheffingen, bijvoorbeeld op het gebied van de Arbeidstijdenwet;
  • contactpersoon voor de Arbeidsinspectie.

Verder moet de preventiemedewerker geheel zelfstandig zijn werk kunnen doen. Hij of zij mag niet benadeelt worden door werkgever vanwege het preventiewerk. Het is namelijk niet denkbeeldig dat zich belangentegenstellingen kunnen voordoen. De preventiemedewerker heeft om die reden dezelfde bescherming als OR-leden. Ter bepaling van de benodigde deskundigheid wordt voorgeschreven dat in de RI&E onder andere moet worden opgenomen de deskundigheidseisen van de preventiemedewerker/ -kundige betreffende de ondersteuning bij de algemene preventieve taken. Het gaat dan om het niveau, de aard, de ervaring, de omvang en de uitrusting van de deskundige bijstand, die op het gebied van de arbeidsomstandigheden in het bedrijf bij de dagelijkse bedrijfsvoering noodzakelijk zijn. Op basis van een analyse dienen deze aspecten van de deskundige bijstand te worden vastgesteld, hetgeen mede bepalend is voor het functieprofiel en het takenpakket van de preventiemedewerker.
Deze analyse dient betrekking te hebben op:
  • de feitelijke bedrijfsomstandigheden en de organisatie van de arbeid;
  • de grootte van het bedrijf voor wat het aantal werknemers betreft en de complexiteit en structuur van de organisatie;
  • de aard en omvang van de aanwezige risico’s in het bedrijf;
  • de arbo- en verzuimbeheersing (V&G-beheersing) en het ontwikkelingsstadium van het beheersysteem;
  • de aanwezigheid en beschikbaarheid van andere (arbo) deskundigen in de organisatie;
  • de complexiteit van wet- en regelgeving, die van toepassing is en de (arbo)ambities van de organisatie.

Het functieprofiel van de preventiemedewerker wordt bepaald door de resultaten van deze analyse. Per organisatie stelt het verantwoordelijk management dit vast, toetst de gecertificeerde deskundige dit en heeft de medezeggenschap het instemmingsrecht.
Er zijn bedrijven die u proberen wijs te maken dat de preventiemedewerker opleiding moet hebben dan wel zelfs gecertificeerd moet zijn. Uit bovenstaande tekst heeft u kunnen lezen dat dit van een aantal factoren afhankelijk is, dat per bedrijf zal verschillen. De eis van certificering staat al helemaal niet in de wet, maar certificering mag wel. Er zijn inmiddels twee organisaties die zich met certificering bezighouden op dit gebied: KIWA en DNV (Dat Norske Veritas).  

Hoe kunnen wij u van dienst zijn met dit onderwerp? Wij kunnen uw ri&e voor u actualiseren op dit ondewerp en eventueel uw preventiemedewerker(s) op dikte brengen voor hun taak. Wanneer u als werkgever niet in staat bent om de functie van preventiemedewerker in te vullen, kunt u die deskundigheid ook nog inhuren. Ook daarbij kunnen wij u van dienst zijn.

 
< Vorige

Helft gecontroleerde kleinere steigers niet veilig

Bij meer dan de helft van de ruim driehonderd gecontroleerde kleinere bouwlocaties waren de gebruikte steigers niet veilig. Dat is het resultaat van een bliksemactie die de Arbeidsinspectie dit voorjaar hield in de binnensteden.

De zeventig inspecteurs bezochten 342 vooral kleine bouwlocaties waar schilders, installateurs, dakdekkers en andere bouwvakkers aan het werk waren. Veilig gebruik van mobiele steigers (rolsteigers) stond bij de inspecties centraal. Vaak bleken de steigers niet goed opgebouwd. Deugdelijke leuningen ontbraken. Vloeren bovenop de steiger waren niet dichtgelegd zodat sprake was van valgevaar. Of de steigers waren niet stabiel opgesteld zodat ze konden omvallen. In twee weken tijd legden de inspecteurs ruim tweehonderd keer het werk stil; soms ging het om meerdere stilleggingen per locatie. Daarnaast deelden zij dertig boetes en ruim tweehonderd waarschuwingen uit.

Op dit moment houdt de Arbeidsinspectie weer controles op bouwplaatsen in verschillende binnensteden. Ditmaal worden ruim honderd inspecteurs ingezet die opnieuw letten op valgevaar. Ook controleren zij of ladders en trappen veilig worden gebruikt. De bouwsector is namelijk koploper als het gaat om ongelukken op het werk. Vallen is een van de belangrijkste oorzaken van ernstige of zelfs dodelijke verwondingen.

De Arbeidsinspectie controleert dit jaar ook of de grote steigers op bouwplaatsen wel veilig zijn. De resultaten van die inspecties zijn nu nog niet bekend.