|
Het arbeidsgezondheidskundig onderzoek moet periodiek aan de werknemers worden aangeboden. Daarom wordt in de praktijk veelal de naam PAGO gebruikt: Periodiek ArbeidsGezondheidskundig Onderzoek. Het onderzoek is erop gericht de risico’s die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich meebrengt, zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken (Arbowet, artikel 18). Een PAGO bestaat veelal uit (gestandaardiseerde) vragenlijsten met vragen over de beleving van het werk en het bestaan van gezondheidsklachten, een gesprek met een arboverpleegkundige of een bedrijfsarts en soms aanvullend uit lichamelijk, functie- en/of bloedonderzoek. Pago-resultaten kunnen bij negatieve bevindingen (bijvoorbeeld: het werk wordt als erg zwaar ervaren, werknemers hebben veel gezondheidsklachten en bloedwaarden wijken af van de norm) wijzen op de noodzaak om maatregelen te nemen om verdere schade aan de gezondheid te voorkomen. Hieronder staat beschreven wat er komt kijken bij een PAGO.
Aan een arbeidsgezondheidskundig onderzoek stelt de wet- en regelgeving de volgende eisen:
- Het onderzoek moet periodiek aan de werknemers worden aangeboden (Arbowet, artikel 18). Dit is niet van toepassing op leerlingen respectievelijk studenten in onderwijsinrichtingen (Arbobesluit, artikel 1.15).
- De inhoud van het onderzoek moet zijn afgestemd op de gevaren en risico’s die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers kan hebben (Nota van toelichting Arbowet). Zo hoeft bijvoorbeeld het gehoor alleen onderzocht te worden als in het werk sprake is van geluidsdosisniveaus die kunnen leiden tot gehoorschade.
- Het Arbobesluit stelt dat in bepaalde situaties een arbeidsgezondheidskundig onderzoek aan relevante werknemers moet worden aangeboden, in aanvulling op het PAGO conform Arbowet, artikel 18, namelijk aan:
- Jeugdigen, zodra uit de RI&E voor jeugdigen blijkt dat jeugdige werknemers arbeid moeten verrichten waaraan specifieke gevaren zijn verbonden, met name voor ongevallen als gevolg van gebrek aan werkervaring, het niet goed kunnen inschatten van gevaren en het niet voltooid zijn van de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige werknemer (Arbobesluit, artikel 1.38).
- Iedere werknemer die voor de eerste keer nachtdienst gaat verrichten (Arbobesluit, artikel 2.43).
- Iedere werknemer die arbeid verricht met biologische agentia (Arbobesluit, artikel 4.85d, 4.91, 4.96).
- Iedere werknemer die voor de eerste keer belast wordt met arbeid aan een beeldscherm (Arbobesluit, artikel 5.11).
- Iedere werknemer die wordt blootgesteld aan een geluidsdosisniveau van 80 dB(A) (Arbobesluit, artikel 6.10).
- Personen die worden belast met het verrichten van duikarbeid, caissonarbeid en overige arbeid onder overdruk (Arbobesluit, artikel 6.14a).
Voornoemde arbeidsgezondheidskundige onderzoeken dienen te worden aangeboden vóór de aanvang van genoemde arbeid c.q. werkzaamheden. De bepalingen bevatten voorschriften over de periodiciteit en de inhoud van het onderzoek, de informatieplicht, het inzagerecht, de registratie van resultaten en de bewaartermijn hiervan. Als bij het aanwenden van radioactieve stoffen of bij het gebruik van een toestel dat ioniserende stralen kan uitzenden werknemers bij het verrichten van werkzaamheden een bepaalde dosis kunnen ontvangen, moet hun medische geschiktheid (periodiek) bepaald worden door een stralingsarts. Daarnaast moet bij overschrijding van de dosislimiet ook medisch onderzoek door een stralingsarts plaatsvinden (Besluit stralingsbescherming, artikelen 96 t/m 100).
De wet schrijft niet voor hoe vaak het onderzoek moet worden herhaald, omdat dit afhangt van de omvang van de risico’s. De periodiciteit kan verschillen voor diverse risico’s (bijvoorbeeld gehooronderzoek iedere 2 jaar en bloedonderzoek ieder jaar) en voor verschillende functies binnen de onderneming (bijvoorbeeld gehooronderzoek ieder jaar voor de afdeling voorbewerking en iedere 2 jaar in de afdeling afbouw, dit gezien het verschil in blootstelling aan schadelijk geluid).
De (betekenis van de) individuele resultaten van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek moeten door de bedrijfsarts of arbodienst aan de individuele werknemers worden gemeld. Afhankelijk van de grootte van de onderneming en het aantal werknemers per functie of afdeling is het mogelijk de informatie uit het ook op groepsniveau (bijvoorbeeld per onderneming, afdeling en/of functie) te (laten) rapporteren. Aangezien de gegevens vallen onder het medisch beroepsgeheim kan dit alleen als in de rapportage gegevens niet meer tot op een persoon te herleiden zijn. De toegevoegde waarde van groepsgegevens is dat vergeleken kan worden met referentiegegevens, zodat bepaald kan worden hoe goed een onderneming het doet in vergelijking met andere ondernemingen.
Een Pago organiseren is per 1 juli 2005 niet meer voorbehouden aan een arbo-dienst. Uiteraard dient bij de PAGO wél een gecertificeerde Arbo-arts betrokken te zijn. Wij kunnen u van dienst zijn bij het opzetten van een PAGO en de groepsrapportages. Een PAGO door ons opgezet zal aanmerkelijk goedkoper zijn. De keus is aan u. |