header image
Home arrow Diensten arrow Opleiding en voorlichting arrow Lichamelijke belasting
Lichamelijke belasting
Het begrip fysieke belasting doelt op het belasten van het lichaam, en in het bijzonder het bewegingsapparaat. Hoewel er steeds meer geautomatiseerd wordt en veel medewerkers alleen nog zittend werk verrichten, blijft het lichamelijk zware werk omvangrijk. Overbelasting van het bewegingsapparaat heeft grote gevolgen:
  • Persoonlijk leed:
    • leven met pijn;
    • regelmatig ziekteverzuim;
    • blijvende arbeidsongeschiktheid;
    • sociale isolatie;
    • minder carrièrekansen;
  • Kosten bedrijfsleven:
    • werkgeversaandeel van de ziekteverzuimuitkering;
    • aanvullende uitkering voor ziekteverzuim;
    • opleiden en inwerken vervangend personeel;
    • productiviteits- en kwaliteitsverlies;
    • het bedrijfsimago;
  • Kosten samenleving;
    • medische behandelingen;
    • uitkering voor ziekteverzuim;
    • WIA-uitkeringen.
    • Heeft u in uw bedrijf problemen met fysieke belasting? Wij hebben ongetwijfeld een passende oplossing.Hieronder nog enige informatie over fysieke belasting.
Statische belasting
Met statische belasting wordt bedoeld dat het lichaam, en dus ook de spieren, niet of nauwelijks van plaats verandert, maar wel wordt belast. Het effect van een statische belasting is dat er in de spieren een drukverhoging optreedt, waardoor een sterk verminderde bloedstroom ontstaat. Afvalstoffen die ontstaan door de spieraanspanning worden minder goed afgevoerd en blijven achter in de spieren. Als gevolg van dit effect kunnen klachten ontstaan Bij werk waarbij men regelmatig met één of meer lichaamsdelen vier seconden of langer dezelfde houding aanneemt is er sprake van statische werkhoudingen Statische werkhoudingen worden vaak bepaald door langdurig staan of zitten, door lang in een gebogen houding werken, of door het langdurig ingedrukt houden van een knop of pedaal. Statische werkhoudingen komen bijvoorbeeld voor bij laswerkzaamheden, bij microchirurgie, bij fijn-montagewerk en ook bij beeldschermwerk.  

Statische werkhoudingen worden gekenmerkt door het lange tijd in dezelfde houding werken. Bekend is dat de onderste extremiteit (de benen) beter bestand is tegen statische belasting dan de bovenste extremiteit (de armen). Vooral bij werk waarbij de armen en vingers veel bewegen en waarbij de nek/schouderregio niet beweegt, en dus statisch belast wordt, treden na verloop van tijd klachten op. Bekende voorbeelden van zulk werk zijn intensief beeldschermwerk (RSI, ook wel muisarm genoemd),  besturingswerk, tandheelkundige werkzaamheden en inpakwerk. Door onafgebroken aangespannen te zijn krijgen de spieren onvoldoende gelegenheid verse voedingsstoffen en zuurstof op te nemen en afvalstoffen af te voeren. Op deze wijze verzuren de spieren en daalt de belastbaarheid snel. Dit effect treedt reeds op bij het langdurig onafgebroken leveren van slechts 5% van de maximaal door de betreffende spiergroep te leveren kracht. Vaak blijft dit effect lang onopgemerkt, domweg omdat men niet het gevoel heeft de spieren zwaar te belasten
 
Dynamische belasting
Met dynamische belasting wordt bedoeld dat het lichaam tijdens de arbeid vrijwel steeds van houding verandert. Bij werk waarbij iemand voortdurend in beweging blijft en niet langer dan vier seconden dezelfde houding aanneemt is er sprake van dynamische werkhoudingen. Deze vorm van belasting heeft, in tegenstelling tot statische belasting, juist een verbetering van de bloeddoorstroming tot gevolg: tijdens dynamisch belasten bestaat een cyclus van aanspannen en ontspannen van spieren. Door deze pompwerking van de spieren wordt de terugvoer van het bloed naar het hart bevorderd, waardoor de afvalstoffen uit de spieren afgevoerd kunnen worden. Hierdoor heeft het lichaam de kans om te herstellen. Een voorbeeld van dynamische arbeid is het bestellen van post. De medewerker loopt van brievenbus naar brievenbus. Het lopen is een dynamische belasting.

Dynamische werkhoudingen betreffen feitelijk het continu in beweging zijn. Risicofactoren tijdens het werk zijn daarbij met name het werken met een gedraaide en/of gebogen rug, het met de handen boven schouderhoogte werken en het ver reiken. Uit onderzoek is bekend dat bij reikafstanden van meer dan 45 cm de belasting van het bewegingsapparaat aanzienlijk toeneemt. Hoe meer gewerkt wordt in lichaamshoudingen waarbij de gewrichten in een middenstand staan, hoe beter de belastbaarheid van het bewegingsapparaat. Een bekend voorbeeld is armworstelen; met de arm in een middenstand van 90 graden gebogen kan veel kracht ontwikkeld worden, met een volledig gestrekte, dan wel gebogen arm niet. Door werkhoudingen vaak af te wisselen en tegelijkertijd geen maximale krachten te leveren kan een bepaalde belasting relatief lang vol gehouden worden. Door het steeds afwisselend aan- en ontspannen krijgen de spieren steeds voldoende gelegenheid verse voedingsstoffen en zuurstof op te nemen en afvalstoffen af te voeren.


Onderbelasting

Het effect van fysieke belasting op het individu kan het best omschreven worden vanuit een belasting - belastbaarheidprincipe. Het is bekend dat overbelasting tot klachten kan leiden. Minder bekend is echter nog dat ook onderbelasting tot gezondheidsklachten kan leiden. Door weinig of niet te belasten raakt het lichaam daar aan gewend en zal het zich daar aan aanpassen. Hierdoor neemt de belastbaarheid af. Dit laatste wordt, in tegenstelling tot overbelasting, onderbelasting genoemd. Om gezond te kunnen werken is het van belang dat de verrichte arbeid op de fysieke mogelijkheden van de mens is afgestemd, zodanig dat er geen overbelasting, maar ook geen onderbelasting optreedt.

Er bestaat een duidelijke relatie tussen lichamelijke activiteit, lichamelijke fitheid en gezondheid. Op dit moment wordt het belang van lichamelijke activiteit (‘bewegen’) nog vooral gezien in het licht van de bevordering van de volksgezondheid. Er ontstaan echter steeds meer werksituaties waarbij ten gevolge van automatisering de lichamelijke inactiviteit erg groot is. Kantoorwerk achter een beeldscherm en controle- en besturingsfuncties zijn de bekendste voorbeelden. Verschijnselen als RSI worden steeds vaker in verband gebracht met het gebrek aan lichamelijke activiteit in bepaalde functies. Helaas blijkt dat ruim één derde deel van de Nederlandse bevolking niet aan sport of een andere vorm van beweging in haar vrije tijd doet.

Gezondheidseffecten van onderbelasting
Recent wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat er een complexe relatie bestaat tussen lichamelijke activiteit en gezondheid. Het is al lang bekend dat hoe meer iemand beweegt hoe gezonder hij of zij is. Daarnaast blijkt dat de gezondheid van iemand toeneemt met de bewegingsactiviteit. Sommige ziekten kunnen door de patiënt zelf bestreden worden door de lichamelijke activiteit te laten toenemen. Te weinig activiteit leidt daarentegen tot vermindering van de belastbaarheid, en daardoor tot toename van de vatbaarheid van het lichaam voor gezondheidsklachten en ziekten, zoals hart- en vaatziekten en klachten over het bewegingsapparaat.
Het ziekteverzuim van sporters is, ondanks eventuele sportblessures, minder frequent en van kortere duur dan van niet-sporters. Ook vertonen sporters minder stresssymptomen dan niet-sporters.

Eenzijdige belasting
Een bijzondere vorm van overbelasting is de eenzijdige belasting. We spreken van eenzijdige belasting wanneer een specifiek deel van lichaam door arbeid wordt belast. Een goed voorbeeld van deze belasting is de klassieke caissièrewerkplek in een supermarkt. Hierbij plaatste de medewerker de producten met de linkerhand van de band in de kar en sloeg met de rechterhand de bedragen op de kassa aan.
Na de invoering van de scankassa komt deze werkplekopstelling nauwelijks meer voor. Momenteel zijn er weer nieuwe vormen van eenzijdige belasting. Een voorbeeld is het langdurig en onafgebroken werken met invoermiddelen als muizen tijdens beeldschermwerk. Het verdient aanbeveling het eenzijdige karakter van werkzaamheden te allen tijde te voorkomen.


 

 
Volgende >

Oplosbare aluminiumverbindingen schadelijk voor nageslacht

02 juni 2009

Werknemers die worden blootgesteld aan oplosbare aluminiumverbindingen, lopen waarschijnlijk een verhoogde kans op ontwikkelingsstoornissen bij het nageslacht. Dat is de strekking van een advies van de Gezondheidsraad aan de minister van SZW.

Op verzoek van de minister classificeert de Gezondheidsraad reprotoxische stoffen volgens richtlijnen van de Europese Unie. Daarbij gaat het om stoffen waaraan mensen tijdens de beroepsuitoefening kunnen worden blootgesteld.
De Raad bekeek ook mogelijk reprotoxische effecten van ammoniak. Hier is op dit moment nog onvoldoende over bekend.

Bron: Gezondheidsraad