Het voeren van een arbo- en verzuimbeleid is een wettelijke verplichting voor iedere onderneming. Daarnaast kan het voeren van een dergelijk beleid toegevoegde waarde hebben voor een onderneming, de werknemers en de maatschappij als geheel. Voorbeelden zijn het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en de daarmee samenhangende kosten, het verhogen van de aantrekkelijkheid van de onderneming als (potentiële) werkgever, het bevorderen van een hogere arbeidssatisfactie van werknemers en het verminderen van medische consumptie.Vindt u het lastig om arbo-beleid en verzuimbeleid te maken? Wij niet en willen u daar graag bij van dienst zijn.
De Arbowet bevat een beperkt aantal doelvoorschriften over de inhoud van het te voeren arbobeleid. Voor de inhoud van het arbobeleid zijn geen concrete middelvoorschriften vastgelegd, zodat ondernemingen door maatwerk het beleid kunnen afstemmen op de concrete omstandigheden in de onderneming. De doelvoorschriften zijn:
- De arbeid moet zodanig georganiseerd zijn dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemer (Arbowet, artikel 3 lid 1a).
- De inrichting van de arbeidsplaatsen, de werkmethoden, de bij de arbeid gebruikte arbeidsmiddelen en de arbeidsinhoud moeten aan de persoonlijke eigenschappen van werknemers zijn aangepast (Arbowet, artikel 3 lid 1c). Diverse aspecten van de arbeid moeten dus aangepast zijn aan de belastbaarheid van de mensen en aan de verscheidenheid van persoonlijke eigenschappen. In algemene zin is hiermee bepaald dat de werkgever moet zorgen voor werk zonder onder- of overbelasting. Ook moet de werkgever zorgen dat de arbeid aangepast is - of zonder grote ingrepen aanpasbaar is - voor diverse mensen, omdat dezelfde arbeidsplaats in de loop der tijd door verschillende mensen bezet zal worden.
- Ongevarieerde, zich in een kort tijdsbestek herhalende arbeid en arbeid waarbij het tempo op een zodanige wijze wordt beheerst dat de werknemer zelf verhinderd wordt het tempo van de arbeid te beïnvloeden, moeten worden vermeden. Indien dergelijke arbeid niet of onvoldoende kan worden vermeden, moet de werkgever deze door andersoortige arbeid of pauzes regelmatig afwisselen (Arbowet, artikel 3 lid d).
- Doeltreffende maatregelen moeten zijn genomen zodat in een situatie met direct gevaar voor de veiligheid en de gezondheid de werknemer zich in veiligheid kan stellen of andere passende maatregelen kan nemen en de schade aan de gezondheid zo veel mogelijk beperkt wordt (Arbowet, artikel 3 lid 1e). De bedrijfshulpverlening wordt besproken in paragraaf 4.8.
|