Hand en arm-trillingen
Hand-armtrillingen blijken zowel neurologische schade te kunnen veroorzaken in de vingers en handen als verstoringen in de bloedsomloop. Het effect valt soms waar te nemen als het syndroom van Raynaud. Kenmerkend bij dit syndroom zijn de witte vingerkootjes, vandaar dat ook de term het witte-vingersyndroom’ voorkomt. Door het plotseling samentrekken van de spiertjes in de bloedvatwand stroomt er tijdelijk minder bloed door de bloedvaten van de vingers, waardoor ze wit worden. Op de lange termijn kan de slechte doorbloeding resulteren in onherstelbare schade aan botten, gewrichten, bloedvaten of zenuwen in handen en armen. Een blootstelling boven de actiewaarde (2,5m/s2) kan al binnen drie maanden "witte vingers" opleveren. Ook het ontwikkelen van gewrichtsklachten behoort tot de mogelijkheden. De grenswaarde voor hand- en armtrillingen ligt op 5m/s2. Sinds juli 2005 gelden deze wettelijke normen. Metingen en rapportage dienen te geschieden volgens ISO 5349 norm. Onze apparatuur (Svan® 958) voldoet aan de eisen die deze norm stelt.
Aandoeningen door blootstelling aan trillingen worden vaak tot de ‘moderne’ beroepsziekten gerekend. Toch gaat de historie ervan terug tot het begin van de vorige eeuw. Al in 1911 beschreef de Italiaanse arts Loriga het vóórkomen van witte vingers bij steenhouwers die in de marmergroeven bij Rome met pneumatische hamers werkten. Hij vergeleek de symptomen met het door de Fransman Raynaud in 1862 beschreven ziektebeeld: witte verkleuring van de vingers bij koude. In 1918 trof een zeer actieve en sociaal bewogen arts in dienst van de Amerikaanse Arbeidsinspectie genaamd Alice Hamilton, dit syndroom van Raynaud ook aan bij steenhouwers in de leisteengroeven in Indiana. Men heeft in 1984 haar onderzoek bij de steenhouwers in de toen nog steeds in gebruik zijnde groeve in Indiana herhaald. Tachtig procent van de werkers had nog dezelfde klachten als hun collega’s van 65 jaar daarvoor! We werken steeds meer met machines om zwaar werk te voorkomen. Maar sommige machines zorgen weer voor nieuwe klachten. De trillingen van veel apparaten werken door op het lichaam, waardoor gezondheidsklachten kunnen ontstaan aan rug, gewrichten en spieren.
Hoe is de situatie in Nederland? Naar schatting ondervindt een op de zes werknemers mechanische trillingen op het werk. Met name in de sectoren bouw, transport, industrie, landbouw, bosbouw en lucht- en zeevaart.
Lichaamstrillingen
Lichaamstrillingen zijn zo schadelijk voor de gezondheid dat sinds juli 2005 op dit punt wettelijke normen gelden. Echter, zoals zo vaak bij wettelijke normen, zijn deze normen sterk beïnvloed door economische belangen en is het nog maar de vraag of deze normen voldoende bescherming opleveren in de arbeidssituatie. Voor lichaamstrillingen is de in Nederland gehanteerde norm voor het voorkomen van gezondheidsschade volstrekt onvoldoende, zoals de ISO 2631-1 ook laat zien. De wettelijke norm bestaat uit een zogenaamde actiewaarde (0,5m/s2) en grenswaarde (1,15m/s2) voor lichaamstrillingen. Een wettelijke norm voor vrouwelijke werknemers die zwanger zijn, bestaat niet. In de literatuur wordt een blootstellingsniveau boven de 0,25 m/s2 schadelijk geacht voor de ongeboren vrucht!
Net als bij de blootstelling aan lawaai, berekent men deze waarde over een tijdsbestek van 8 uur per dag bij een veertigurige werkweek. In bijzondere situaties schrijft de ISO 2631-1 alternatieve berekeningen voor. Echter, de Nederlandse wet voorziet niet in normwaarden voor deze alternatieve berekeningsmethode. Gepresenteerde onderzoeksresultaten dienen dan ook met de nodige scepsis bekeken te worden en een uitslag beneden de wettelijke norm, betekent nog niet dat het resultaat geen risico's oplevert voor de gezondheid in de arbeidssituatie. Sterker nog, de arboregelgeving werkt feitelijk averechts en levert zeker geen bijdrage aan de gezondheid van werknemers die aan lichaamstrillingen tijdens hun werk worden blootgesteld. Aan de ene kant schiet de overheid dus schromelijk tekort met de bescherming voor dit (en andere) arbeidsrisico('s), maar verlangt aan de andere kant wel dat werknemers langer doorwerken.
Wij beschikken over de voorgeschreven apparatuur (Svan® 958) die voldoet aan de ISO 2631-1. Uiteraard rapporteren wij op de voorgeschreven wijze zoals beschreven in deze norm.












